Zta-waarde

De zontoetredingsfactor, ook wel de ZTA- of g-waarde genoemd, geeft de verhouding aan tussen de binnenkomende en de totale opvallende zonnestraling. Hierbij gaat het niet alleen om de directe straling maar ook om de diffuse straling.

Dit is bijvoorbeeld belangrijk bij transparante delen welke Noord-georiënteerd zijn, aangezien daar minder tot geen energiewinsten kunnen optreden, dankzij de afwezigheid van zoninstraling.

Hoe hoger de zontoetredingsfactor, hoe meer warmte er via de zon binnenkomt. Het verschil tussen de internationale g-waarde en onze nationale ZTA-waarde is dat de laatste gemeten wordt onder een hoek van 45°. De g-waarde wordt daarentegen loodrecht op het glas gemeten.

Zontoetredingsfactor

Wanneer zonwerend glas

Om oververhitting in de zomer tegen te gaan wordt in de bouwpraktijk vaak geopperd om de zontoetreding zo laag mogelijk te houden en de lichttoetreding zo hoog mogelijk. De zonnewarmte blijft daardoor buiten terwijl het daglicht wel mooi naar binnen kan schijnen.

Nu is de ZTA- of g-waarde niet de meest effectieve maatregel om oververhitting mee te voorkomen. Schaduw die ontstaat door lamellen of andere buitenzonweringen, een overstek of bomen zijn betere mogelijkheden om de warmte in de zomer buiten te houden.

Bij dit soort maatregelen kan de zonnewarmte in de winter namelijk wel in het gebouw terechtkomen en in de winter willen we deze warmte natuurlijk zoveel mogelijk benutten als gratis ruimteverwarming. Zonwerend glas wordt interessant als de gevel voor meer dan 60% uit glas bestaat.

Intensiteit van zonnestraling op het verticale gevelvlak, uitgedrukt in W/m2

Oververhitting in gebouwen is overigens ook uitstekend te voorkomen bij benutting van de koele buitenlucht tijdens de nachtelijke uren. Daarbij wordt de koudere buitenlucht via inbraakwerende luiken op de begane grond binnengelaten, waarbij de opgewarmde lucht uiteindelijk boven in het gebouw via een opening ergens kan ontsnappen.

Oververhitting wordt altijd uitgedrukt in gewogen uren boven de 25°C. Vanaf juli 2020 zal de oververhitting uitgedrukt worden in een factor TOjuli.

Diffuse straling, bijvoorbeeld het opvallende licht op de Noordzijde, is midden op de dag toch al snel 100 W/m². In het tweede figuur is goed te zien dat de opvallende energie op het verticale gevelvlak in de zomer bijna de helft is van de energie die op een koude zonnige dag op de gevel schijnt.

In de zomer staat de zon immers hoger aan de hemel dan in de winter. Ook is goed te zien dat de zon in de zomerochtend rond 5 uur al in het Noordoosten heel laag opkomt. Deze ochtendzon weren zorgt ervoor dat de warmte intern niet opbouwt en oververhitting veroorzaakt.

De hierboven beschreven verhouding tussen het binnenkomende licht (LTA-waarde) en de zontoetredingsfactor (ZTA-/g-waarde) noemen we de selectiviteit van glas. Deze wordt uitgedrukt met een getal tussen 0 en 2,33, waarbij we een selectiviteit van 2,33 als optimaal beschouwen.

De baan van de zon in de zomer en in de winter

U vindt verschillende zonwerende beglazingen op onze productenwebsite.

Vrijblijvend kennismaken?
Neem contact op voor advies voor uw project